VOOR DE DOELMATIGE STUDENT

De Universiteit Utrecht is primair een onderwijs- en onderzoeksinstelling. Beide zaken moeten dus te allen tijde prioriteit krijgen in de bedrijfsvoering van de universiteit. De Vrije Student constateert tot haar spijt dat dit echter lang niet altijd gebeurt. Nog te vaak wordt er geld verspild in prestigeprojecten, slecht opgezette samenwerkingen en exorbitante declaraties. Wij zien het als onze taak om er op toe te zien dat het aantal uitgaven aan dergelijke overbodigheden tot een absoluut minimum beperkt blijft. Dit betekent dat er wat De Vrije Student betreft onmiddellijk een einde komt aan ‘heisessies’ met open bar van bijna halve ton en vergelijkbare frivoliteiten. Dit geld kan beter geïnvesteerd worden in verbetering van het onderwijs en onderzoek.

 

3.1 Doelmatige duurzaamheid

Duurzaamheid is zonder meer een belangrijk maatschappelijk onderwerp. Het is daarom logisch dat de universiteit daar haar verantwoordelijkheid in neemt. De Vrije Student onderschrijft het vergroten van duurzaamheid en we zijn blij dat de Universiteit Utrecht er voor kiest om middels de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties duurzaamheid in brede zin aan te pakken. Daarom heeft De Vrije Student als enige partij concrete voorstellen gedaan over het opnemen van deze duurzame ontwikkelingsdoelstellingen in het strategisch plan 2020-2025. De Vrije Student is en blijft een groot voorstander van concrete duurzaamheidsmaatregelen, maar zal zich blijven verzetten tegen betuttelende en/of symbolische maatregelen zoals beperken van keuzevrijheid in kantines of gratis internationale treinkaartjes. Op deze manier is duurzaamheid toegankelijk voor elke student. 

 

De Vrije Student is groot voorstander van een leefbare en duurzame Uithof. Denk daarbij aan afvalscheiding, moderne isolatie, automatische lichtsensoren, meer warmte-koude-opslag en het opwekken van de benodigde energie door middel van zonnepanelen op universiteitsgebouwen. Ook juichen wij plannen voor een aardwarmtecentrale van harte toe, op voorwaarde dat deze vormen van hernieuwbare energie op de langere termijn rendabel blijken te zijn. Op deze manier wil De Vrije Student de Universiteit Utrecht zo veel mogelijk CO2-neutraal maken. Dit mag echter geen doel op zich worden: duizenden euro’s uittrekken voor het afkopen van CO2-uitstoot, zoals nu het plan is, is wat ons betreft onwenselijk. 

 

De Vrije Student is eveneens voorstander van een groter assortiment aan vegetarische en veganistische opties in de kantines van de UU. Bovendien mogen gezonde opties ook goedkoper worden aangeboden om zo een gezond eetpatroon te stimuleren. Anderzijds mogen de kantines wat betreft De Vrije Student niet duurder of vleesvrij worden, zoals sommigen binnen de universiteit bepleiten. Het is uiteindelijk de keuze van de student of hij of zij al dan niet voor vlees kiest. Het is immers onwenselijk dat de universiteit studenten een dieet voorschrijft en bepaalt wat ze wel en niet mogen eten. 

 

De Vrije Student vindt het tevens belangrijk verspilling tegen te gaan. Dat is een van de redenen waarom wij sinds onze oprichting digitalisering hoog in ons vaandel hebben staan en we in 2020 met de gehele raad een voorstel hebben ingediend om het niet langer verplicht te stellen om opdrachten op papier in te leveren. Verspilling vindt ook plaats in de kantine en bij de catering. De Vrije Student wil dat de cateraars van de universiteit hun overgebleven eten aanbieden op een platform als Too Good to Go. Daarmee kan de universiteit de dagelijkse voedselverspilling beperken. 

Duurzaamheid mag echter niet gebruikt worden om betutteling van studenten te rechtvaardigen en hen te beperken in hun vrijheden. Een student die vlees eet in de kantine mag niet in een verdomhoekje worden geplaatst, een rokende student mag niet verketterd worden en samenwerkingsverbanden moeten niet onnodig ingeperkt worden door starre regels en duurzaamheidsrichtlijnen. De universiteit moet realistisch naar alle werkvelden blijven kijken. De duurzaamheidsvisie van de universiteit mag studenten niet hinderen in hun mogelijkheden of toekomstperspectief. De roep om samenwerking tussen de UU en niet-duurzame bedrijfstakken stop te zetten, kan daarom niet op onze steun rekenen. Voor veel faculteiten en studies (en alumni) is samenwerking met deze sectoren van vitaal belang. Duurzaamheid moet nagestreefd en gestimuleerd worden, maar mag geen ketting om de nek worden voor medewerkers en studenten. 

 

Ten slotte ligt er wat ons betreft ook een taak voor de universiteit om het draagvlak voor duurzaamheidsmaatregelen in de samenleving te vergroten. De universiteit heeft namelijk een unieke positie: ze staat midden in de maatschappij en wordt gewoonlijk door het overgrote deel van de mensen gewaardeerd als een bastion van wijsheid en waarheidsvinding. Deze positie brengt echter wel verantwoordelijkheden met zich mee. De laatste jaren lijkt de Universiteit Utrecht zich steeds meer te ontwikkelen als kartrekker van verregaande duurzaamheidsmaatregelen. Hoewel deze positie voor een aantal studies en onderzoeksgebieden zo gek nog niet is, moet de universiteit als geheel oppassen niet te hard van stapel te lopen. Om maatschappelijk draagvlak voor klimaatbeleid te (her)vinden moet de universiteit hierin een middenpositie innemen. Ook kan de Universiteit Utrecht zo op een eigen, unieke manier bijdragen aan het verduurzamen van Nederland: niet door te veel voor de troepen uit te lopen, maar juist door het land bij de hand te nemen en rustig naar een duurzamere wereld te leiden. Op die manier maakt de Universiteit Utrecht haar missie waar: werken aan een betere wereld.

 

3.2 Voor een fysieke collegekaart

Een sprekend voordeel van symbolische, niet-doelmatige duurzaamheid op de Universiteit Utrecht de afgelopen jaren is het afschaffen van de fysieke collegekaart. De Vrije Student vindt het idee achter de digitale collegekaart heel nobel, net zoals de gehele MyUU-app. Daarentegen merkt De Vrije Student dat de digitale collegekaart één zeer groot nadeel heeft: veel plekken in en buiten Utrecht erkennen de collegekaart niet en dat zorgt voor veel ongemak voor studenten, niet op de laatste plaats, omdat je een werkende internetverbinding nodig hebt voor deze app. Twee leden van De Vrije Student zijn dit jaar zelfs nog een korte tijd vastgehouden in de Hermitage in Sint-Petersburg, omdat het museumpersoneel dacht dat ze opgelicht werden met een nep-collegekaart. Natuurlijk is het mogelijk voor 5 euro een fysieke ISIC-kaart aan te schaffen, het probleem is echter dat de meeste studenten daar pas achter komen nàdat ze problemen hebben ondervonden met de online collegekaart. En het oude adagium “voorkomen is beter dan genezen” gaat hier dan ook op. 

Daarnaast is een mooie collegekaart ook een tastbaar onderdeel van de academische gemeenschap waar de student deel van uitmaakt. Daarom pleit De Vrije Student voor een terugkeer naar de fysieke collegekaart in de vorm van een pasje zoals de rest van Nederlandse universiteiten hebben. Dit pasje kan van gerecycled plastic worden gemaakt om zo toch het duurzame karakter te bewaren. Uiteraard moet de student zelf de keuze maken voor deze additionele fysieke pas. Tenslotte kan de collegekaart ook gecombineerd worden met de koffie- en parkeerkaarten, mochten studenten deze hebben. Uiteraard zal deze kaart dan bestaan naast de MyUU-app, zodat je altijd nog het aanvullende gemak hebt van je digitale kaart.  

 

3.3 Internationalisering: Engels waar het moet, Nederlands waar het kan 

Verengelsing

Er zijn weinig onderwerpen die in de universitaire gemeenschap die zoveel felle reacties oproepen als de verengelsing van de universiteit. De Vrije Student is niet per definitie tegen Engels als voertaal bij bepaalde vakken of opleidingen, maar vindt wel dat er een duidelijke meerwaarde moet zijn en dat de kwaliteit van het onderwijs gewaarborgd moet blijven. Nog te vaak blijkt het niveau van het Engels van zowel docenten als studenten niet voldoende om een hoogwaardig academisch debat te kunnen voeren. De universiteit moet daarom stoppen met het onnodig verder verengelsen van het onderwijs. 

 

De Vrije Student is van mening dat een vak of studie pas in het Engels gegeven mag worden als er een duidelijke meerwaarde hiervan aangetoond kan worden. Dat staat ook in het huidige taalbeleid van de universiteit: de bachelor is in het Nederlands tenzij er gegronde redenen zijn om daarvan af te wijken. In de masters aan Universiteit Utrecht mag zowel het Engels als het Nederlands als voertaal dienen, zolang er voor de voertaal gegronde redenen genoemd kunnen worden. Een goed voorbeeld van een gegronde reden voor de Nederlandse voertaal is de master Geneeskunde. Studenten worden daarbij opgeleid tot een basisarts die kan functioneren in de Nederlandse maatschappij. Een voorbeeld van een master waarbij juist Engels de logische keuze is, is International Management, aangezien studenten daar juist opgeleid worden voor een internationale (werk)omgeving. 

 

In 2019 is de discussie over dit onderwerp in politiek Den Haag opnieuw hevig opgelaaid nadat de Universiteit Twente had aangekondigd volledig op het Engels over te schakelen. Dit heeft in december vorig jaar geleid tot een aanscherping van de wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), waarmee een studie nog meer aanvullende eisen opgelegd krijgt alvorens over te kunnen schakelen op de Engelse taal. Ook zullen alle studies die al in het Engels gegeven worden opnieuw getoetst worden aan deze aangescherpte voorwaarden. De Vrije Student juicht deze ontwikkelingen van harte toe en zal er op toezien dat dit nieuwe beleid nageleefd zal worden op de Universiteit Utrecht. 

 

De Universiteit Utrecht blijft immers primair een instelling voor en gericht op de Nederlandse maatschappij. Een groot deel van de studenten blijft werkzaam binnen de landsgrenzen. Nu al leveren Nederlandse universiteiten hele cohorten studenten af op de arbeidsmarkt die niet in staat blijken te zijn om Nederlandse teksten van enig niveau te produceren, omdat zij gedurende hun universitaire carrière slechts in het Engels hebben geschreven. Om dit probleem niet groter te maken dan het al is, mag de universiteit niet nog verder verengelsen. 

 

Internationale studenten 

Universiteiten in binnen- en buitenland bieden Internationale studenten vaak de mogelijkheid om de oorspronkelijke taal van het land te leren. De Vrije Student vindt dat de Universiteit Utrecht deze mogelijkheid ook breed buiten de university colleges moet gaan aanbieden. In het jaar 2018-2019 is de universiteit gestart met het aanbieden van een klein aantal online introductiecursussen Nederland & Nederlands voor internationale studenten. De Vrije Student vindt dit een goede ontwikkeling, maar deze cursussen genieten nog onvoldoende bekendheid. 

 

Ook is het niveau van de cursussen Nederlands niet van een dusdanig kaliber dat internationale studenten zich voldoende in het Nederlands kunnen redden. Een verrijkte toeristenwoordenschat is  vaak onvoldoende. Internationale studenten zijn nu nog voor hogere niveaus Nederlands aangewezen op particuliere bedrijven. Dat vormt geen uitnodigende houding voor studenten die graag de Nederlandse taal en cultuur willen leren kennen. De Vrije Student stelt daarom voor dat de Universiteit Utrecht meer cursussen Nederlands gaat aanbieden, ook voor gevorderden. 

 

Hiermee vangt De Vrije Studenten twee vliegen in één klap. Enerzijds vormen deze cursussen een mooie mogelijkheid voor internationale studenten om zich te ontwikkelen. Hierdoor zullen ze minder moeite hebben om mee te komen met het Nederlandse studentenleven. Dit kan bijdragen aan de vermindering van de kloof tussen Nederlandse en internationale studenten. Anderzijds hebben deze cursussen tot gevolg dat niet alles hoeft te worden vertaald naar het Engels. De internationale studenten die deze cursussen volgen, zullen immers een passief begrip van het Nederlands verkrijgen. Hierdoor hoeven bijvoorbeeld niet alle vakken Engelstalig te worden om deze open te stellen voor internationale studenten. Ook hoeven alledaagse gesprekken niet meer kunstmatig verengelst te worden. 

3.4 Strategische samenwerkingen: strengere voorwaarden

Met enige regelmaat gaat de Universiteit Utrecht strategische samenwerkingen aan met andere universiteiten of onderzoeksinstituten. De Vrije Student is hier een groot voorstander van, op voorwaarde dat er duidelijke afspraken worden gemaakt over de bestedingen van UU-middelen. In het verleden zijn er samenwerkingen aangegaan (bijvoorbeeld met het NIOZ) waarin praktisch een blanco cheque werd uitgeschreven en de betreffende instelling miljoenen aan geld van de Universiteit Utrecht mocht uitgeven, zonder duidelijke inkadering of controle. Dit heeft er onder andere toe geleid dat de Universiteit Utrecht momenteel negen promotietrajecten van promovendi van andere universiteiten financiert. Dit is wat De Vrije Student betreft onacceptabel en in februari 2020 hebben we dan ook flinke kritiek geleverd op het College van Bestuur op deze gang van zaken. Wij zullen ook komend jaar kritisch blijven op de financiën van dergelijke samenwerkingen. 

3.5 Doelmatige declaraties en doelmatige topinkomens

De leden van het College van Bestuur werken hard voor de universiteit en daar staat terecht een goed salaris tegenover. De Vrije Student vindt echter wel dat de universiteit, als publieke instelling met sterke morele autoriteit, het aan haar stand verplicht is om haar topbestuurders niet boven de zogenaamde ‘Balkenendenorm’ te laten verdienen. Momenteel zit Anton Pijpers, de voorzitter van het College van Bestuur, daar nog steeds boven door een overgangsregeling. De Vrije Student vindt het onbegrijpelijk dat Pijpers, die ook al meermaals op z’n vingers is getikt wegens wel erg royaal declaratiegedrag, er niet voor kiest om de overgangsregeling te laten voor wat het is en zich te schikken naar de Balkenendenorm. 

 

Ook vindt De Vrije Student het in 2019 ingestelde declaratieplafond van 100.000 euro voor het College van Bestuur, wat bestaat uit drie leden, nog te hoog. Het is onverkoopbaar dat het collegegeld van bijna 50 studenten verdwijnt in taxikosten en vliegtickets voor slechts drie personen. In 2019 hebben wij Collegevoorzitter Anton Pijpers daarom een Swapfiets-abonnement aangeboden en ook in de toekomst zal De Vrije Student hier strak op blijven zitten. UU-geld moet immers naar onderwijs en onderzoek gaan, niet naar taxicentrale Utrecht. 

3.6 Realistische arbeidsmarktperspectieven 

Studenten geven steevast aan dat zij de aansluiting van hun opleiding op de arbeidsmarkt missen. De Vrije Student wil daarom dat er meer gedaan wordt aan arbeidsmarktperspectief binnen de studie. De opleiding dient actief contact te zoeken met de praktijk om studenten voor te bereiden op het werk dat zij later (kunnen) gaan doen. Zo kan de opleiding interactieve sessies organiseren met alumni en interessante organisaties om studenten een beter idee te geven van de arbeidsmarkt. Ook dienen opleidingen hieromtrent heldere en eerlijke voorlichting te geven die bijgewoond kan worden op vrijwillige basis. 

 

Nieuwe opleidingen dienen ook intern in de universiteit te worden getoetst op macrodoelmatigheid. Dit houdt onder andere in dat gekeken wordt naar de perspectieven in de maatschappij die een nieuwe opleiding biedt. De Vrije Student wil dat ook bestaande opleidingen aan een macrodoelmatigheidstoets worden onderworpen. Studies moeten inzichtelijk maken wat de arbeidsmarktperspectieven zijn. Studies met slechte perspectieven zouden aan tafel kunnen gaan zitten met de universiteit om te kijken hoe de studie interessanter voor de arbeidsmarkt gemaakt kan worden en beter op de arbeidsmarkt aangesloten kan worden.

 

Tenslotte moet het aanbod van stages verruimd en verbeterd worden. Stages vormen dé toegangspoort naar de arbeidsmarkt en het is daarom zonde als deze kansen niet optimaal door de universiteit gefaciliteerd worden. Uiteraard moet er ook genoeg ruimte zijn voor een stage binnen de studie. Daarom is het belangrijk dat er een aaneengesloten profileringsruimte, zoals benoemd in hoofdstuk 1.4, is. Hier ligt voor de Universiteit Utrecht nog altijd een grote taak. 

 

3.7 Duidelijke en doelmatige referentieregels

Referentieregels omtrent fraude en plagiaat zijn nodig, maar deze zijn pas doelmatig wanneer deze regels ten alle tijden voor iedere student duidelijk zijn. Referentieregels variëren vaak per opleiding of zelfs per vak, wat vraagt om goede voorlichting vanuit de universiteit. Het is immers niet de bedoeling dat studenten worden afgerekend op onbedoeld plagiëren, omdat ze de exacte regels niet kennen. De Vrije Student vindt daarom dat een online overzicht beschikbaar gesteld moet worden waarin duidelijk is welke manier van refereren bij welke opleiding gehanteerd wordt, met een uitleg van wat deze methode inhoudt. De gehanteerde referentiemethode moet eveneens verplicht in elke cursushandleiding opgenomen worden, met een doorverwijzing naar verdere uitleg over de methode en de docent in kwestie dient logischerwijs deze referentiemethode ook in het onderwijs toe te passen wanneer nodig. Op deze manier worden referentieregels doelmatig, in plaats van een extra manier om studenten af te straffen. 

 

©2020 door De Vrije Student